
Dit las ik voor tijdens de 4e Voorleesdag voor Schrijvende Hardlopers:
Toen ik door Eric werd gevraagd om vandaag aan jullie voor te lezen was ik in eerste instantie vereerd, maar vroeg me ook direct af waarom ik?! Ik heb geen wilde verhalen over een marathon in Uruzgan, geen paginalange palmares, geen vaste column in een blad noch op een website en lap bovendien alle trainingstheorie aan m’n hardloopschoenen. Gelukkig werd ik aangekondigd als de vrolijkste ultraloopster van Nederland, de Usain Bolt onder de lange afstandslopers, de Youp van ’t Hek in hardloopland……hoewel: die vergelijking gaat niet helemaal op als we kijken naar zijn omvang. Ik ben altijd vrolijk dus, en dat schijnt te komen door de endorfine die mijn lichaam aanmaakt tijdens het lopen. Maar misschien, heel misschien komt het niet alleen door die endorfine……
17 september 2006. Status: blond haar, instructrice op verschillende sportscholen, nog nooit een meter hardgelopen. Vandaag is de dag dat ik de Dam tot Damloop ga lopen. Stuiterend ren ik tussen m’n teamgenoten door die me terloops vragen waarom ik vóór de start m’n energie al verspil en niet tijdens het lopen. Wist ik veel wat me te wachten stond. Een hysterische massa mensen, asociale sprietdunne mannen in een TNT shirt en heel veel ellebogen. Lang heb ik gedacht dat dat de standaard was voor alle hardloopwedstrijden, gelukkig weet ik inmiddels beter.
24 september 2006, welgeteld 1 week na mijn debuut op de Dam tot Damloop. Status: blond haar, instructrice op verschillende sportscholen, al 16.1 kilometer op m’n hardloop CV. In een vlaag van verstandsverbijstering ben ik naar www.fortismarathonrotterdam.nl gesurfd, heb ik al mijn gegevens correct ingevuld en twijfel ik welgeteld 2 seconden voordat ik op verzenden klik. Ik heb me ingeschreven voor de Rotterdam Marathon op 15 april 2007. Weet je het nog?! Het werd die dag 30 graden, de organisatie kon de veiligheid van de lopers niet meer garanderen doordat alle ambulances hard nodig waren om de overhitte en uitgedroogde lopers af te voeren en een politiecordon sommerde ons de wedstrijd te staken en terug te wandelen naar de Coolsingel. Ik geloof dat snorremans het niet goed begreep: ik had er al 28 kilometer opzitten en was niet van plan om via een shortcut richting de finish te gaan. De groeten: ik loop door.
Ik loop door, en door, en door. Ik kijk om me heen en zie meestal niemand, dat komt doordat ik het liefste voor dag en dauw opsta en het licht tegemoet loop langs bijvoorbeeld het Ijsselmeer. Een enkele wielrenner haalt me in, een verdwaalde hardloper steekt het welbekende vingertje naar me op. Ik hoor erbij: ik hoor bij de hardloopfamilie en dan hoor je dat vingertje op te steken. Net als motorrijders en buschauffeurs dat doen. Laatst nog liep ik een temporondje langs de Amstel. Ik haalde 2 meisjes in met jacks van de roeivereniging. ‘Jeetje, die gaat veel harder’ zei de een. ‘Ohw, das een echte hardloopster’ zei de ander. Eigenlijk wilde ik even teruglopen om een discussie met ze aan te gaan, maar heb ze gelaten. Ik geloof niet dat als je hard loopt je een echte hardloper bent.
Je moet ze de kost geven: de hordes mannen en vrouwen die lopen omdat het moet. Van een schema, van een trainer, van een stemmetje in hun hoofd. Hardlopen doe je wat mij betreft met je ziel, hoewel het handig is als je lichaam ook meewerkt. In de 4 jaar dat ik loop heb ik veel geleerd. Onder andere dat je pas een echte hardloper bent als je echt kunt genieten onderweg. Die twee meisjes in hun roeivereniging jacks zijn dus ook echte hardlopers, zolang ze het zelf maar geloven.
Ik loop door, en door, en door. Ik kijk om me heen en zie nu m’n moeder en vriendje langs de kant staan. Ze zwaaien naar me en ik lach vrolijk terug. Tijdens een wedstrijd ben ik niet gespannen, ik geniet van het lopen, van de mensen aan de kant, ja zelfs van de ellebogende lopers met een gedroomde eindtijd in hun hoofd. Ik hoop dat ze op een dag net zo zullen genieten als ik. M’n moeder rent een stukje met me mee, de enige loopster zonder startnummer en met een zwart leren handtas. M’n vriendje is de vereenzelviging van Midas Dekker en vraagt me regelmatig waarom ik het toch allemaal doe. Het kan toch nooit goed voor je zijn?! Meestal antwoord ik hem met een glimlach. Ik weet wel beter.
13 april 2009. Status: zwart haar, nog steeds instructrice op verschillende sportscholen, aan de start van m’n eerste ultra; De Zestig van Texel. Als je 42195 meter kunt lopen kun je er ook wel meer lopen. Stukje strand erbij, paar duinen in het midden, waarom ook niet. Ik redeneer graag vanuit wat er mogelijk is in plaats van wat er niet mogelijk is. Hoogmoed komt niet altijd voor de val, het komt bij mij meestal voor een onvergetelijke gebeurtenis. En zo vertrok ik die paasochtend in april voor een rondje om het Waddeneiland. Die ochtend ontmoette ik voor het eerst ook Martine die jullie zo nog gaan horen. Over echte hardlopers gesproken……
Lopend langs de Waddenzee realiseerde ik me dat ik bezig ben met iets wat door velen als bizar wordt omschreven. En dan bedoel ik niet alleen door Midas Dekker of m’n vriendje. Het verschil tussen een Dam tot Damloop (afgelopen jaar goed voor 60.000 lopers) en De Zestig van Texel (268 finishers) is voor velen onoverbrugbaar, maar voor mij komt het voort uit dezelfde passie. Vloek ik dan nooit onderweg?! Jahwel, in de duinen van Texel vroeg ik me heel even af waar ik in godsnaam mee bezig was, maar die twijfel duurt slechts heel even en bevestigt alleen maar mijn gevoel dat ik bezig ben met iets moois, iets heel moois. Met een lach van oor tot oor kom ik over de finish en stuiter ik nog een tijdje door. En zo krijg je dus de bijnaam ‘vrolijkste ultraloopster van Nederland.’
Ik kan vrolijk worden van hele kleine dingen. Van een Caramel Macchiato van Starbucks, van de opkomende zon, van een ongepland wedstrijdje met een toevallige passant in het Vondelpark die denkt sneller te zijn dan ik. Maar ik loop door, en door, en door. En ik loop steeds vaker met gelijkgezinden. Zoals in Amersfoort. Tijdens deze eenmalige marathon heb ik bij toeval Rinus van der Wal ontmoet en heb de gehele 42195 meter samen met hem gelopen. Hij vertelde me over zijn tactiek om lange afstanden te overbruggen: deel de resterende kilometers op in blokjes van 30 minuten. Moet je nog 10 kilometer?! Dan moet je nog 2 keer het 8-uur journaal. Dat is dan inclusief de reclame en het weerbericht uiteraard. Ik vond het zo’n mooie benadering van stukzitten dat ik er met regelmaat aan terugdenk als ik mezelf even uit een dipje moet praten.
12 september 2009. Status: blond haar, accountmanager, mijn eerste 100km in Winschoten. Samen met Rinus sta ik aan de start van wat een onderneming van 23 keer het 8-uur journaal zou worden. In zulke gevallen kun je beter in termen van Bollywoodfilms denken: die duren gemiddeld een uurtje of 3. Als de toeschouwers langs de kant dan ook in spontaan zingen en dansen zouden uitbarsten heb je tenminste nog iets leuks om naar te kijken tijdens de 10 rondjes van 10 kilometer. Ik loop door, en door, en door, en ik realiseer me dat ik vandaag voor het eerst twijfel aan mezelf. Ga ik het wel halen?! Is de 100km niet een maatje te groot voor me?! De mensen langs de kant lijken alles behalve acteurs in een Bollywoodfilm. Ze zitten in hun voortuintjes op plastic tuinmeubilair, op de plastic tuintafel staan bier, wijn, fris, blokjes kaas, plakjes worst, stokbrood met kruidenboter, borrelnootjes en chips uitgestald. Later op de dag gaan ook de BBQ’s in de hens. De bewoners hebben afgelopen week de krant ontvangen met alle startnummers en namen van de deelnemers en zoeken haastig hoe dat meisje met startnummer 430 heet.
‘Hup Léonie! Ziet er goed uit hoor meid!’ ‘Hoeveel rondjes moet je nog?!’ Ik dacht: Ziet er goed uit, ziet er goed uit……jonguh: weet je wat er pas goed uitziet?! Ik op die klapstoel van je, met een biertje in m’n ene hand en een stokbroodje in m’n andere. Maar bedankt voor de aanmoedigingen. Ik lach en zwaai vrolijk naar de mensen, waardeer het enorm dat zij in ieder geval wel in me geloven. Ik roep: nog 4 rondjes jongens!!! Tot zo maar weer……
Status: blond haar, weet niet meer wat ik doe om m’n geld te verdienen, nog 30 kilometer te gaan. 30 kilometer. Normaal draai ik m’n hand er niet voor om, maar nog meer dan 6 keer het 8-uur journaal lijkt ineens onmogelijk. Kotsend, vloekend en snikkend loop ik voor de zoveelste keer de startlijn over. De vrolijkste ultraloopster van Nederland is even niet zo vrolijk. Ik krijg een aanmoedigingsgolf over me heen en een belangrijke tip: bij de verzorgingspost moet je een bekertje bouillon nemen. Ik doe braaf wat me verteld is en lijk een opleving te krijgen. Nog 2, nog maar 2 rondjes!
Ik loop door, en door, en door. En voor ik het weet loop ik hysterisch met m’n armen te zwaaien naar de harde kern die nog steeds op het plastic tuinmeubilair zit. ‘Ik ga het halen!!! Nog maar 1 rondje, ik ga het gewoon halen!!!’ Het is pikkedonker maar ik zie dat de mensen me aankijken alsof ik gek geworden ben. Spaar je krachten nou maar voor het lopen, je zult het nog nodig hebben moeten ze gedacht hebben. Wat zou het, dacht ik. Ik ben Léonie, de vrolijkste ultraloopster van Nederland. Ik voel me als Youp van ’t Hek die 10 kilometer heeft gelopen: volledig gesloopt, maar maak nog steeds grapjes. Als Midas Dekker nu aan de kant had gestaan wist hij het zeker: hardlopen is goed voor je!
Dus ik loop door, en door, en door. Net zo lang als m’n benen me dragen kunnen. There is no finish line en lopen is, zoals Jan Knippenberg het zo mooi verwoordde, een manier van reizen. Het is een proces waarbij je jezelf pas echt goed leert kennen. Waar je krachten liggen, en waar je grenzen. En wil je die grenzen verleggen, dan heeft elke loper zo zijn of haar eigen manieren om dat te doen. Dus de volgende keer dat je een kleine blonde stuiterbal ziet staan bij de start van een wedstrijd, vraag me dan niet of ik mijn krachten niet moet sparen, maar weet dat ik weer een grens aan het verleggen ben. En daar, ja daar word ik nou echt vrolijk van. Niet van de endorfine, niet van een PR, niet van het aftroeven van mijn concurrentie. De enige concurrentie ben ik zelf, en die bestrijd ik met een bak positiviteit waar zelfs Emile Ratelband naar van zou worden.
Zondagmiddag 28 februari 2010. Status: blond haar, begin morgen aan een droombaan bij Nike, hardlopen is niet meer weg te denken uit m’n leven. Ik zou die droombaan niet gekregen hebben als ik naast vrolijk ook niet een beetje commercieel was, dus bij dezen een oproep aan jullie allemaal om voordat je weggaat even langs de boekenstand te lopen. Koop daar de boeken van alle geweldige schrijvende hardlopers die hier aanwezig zijn, en neem een flyer mee van de Be More Ultra-Tour. Ga vervolgens naar de website en schrijf je in om een stukje mee te lopen tijdens deze 5 daagse hardlooptour door Nederland. Ik beloof je plechtig dat ik 250 kilometer lang mijn reputatie waar ga maken en al zingend, dansend en grapjes makend door Nederland loop samen met Martine, Pieter en al die anderen die zich hebben ingeschreven.
Laatste reacties